Houwerzijl een dorp in de Marne

Oude tekening Houwerzijl

 

Houwerzijl vandaag

Houwerzijl is een klein levendig dorp, vlakbij de Gronings-Friese grens. De ‘Ui’, een natuurlijke speel en  ontmoetingsplek, en de ‘Theefabriek’ zijn het middelpunt van het dorpsgebeuren. 

Het dorp ligt aan diverse wandel-, fiets- en vaarroutes. Het kleine dorpshaventje aan de zuidkant van het dorp, waar het 'Houwerzijlsterdiep' is gedempt, is toegankelijk voor een kano of kleine open boot.

 

Houwerzijl vroeger

Houwerzijl was tot de tweede helft van de 20e eeuw een besloten gemeenschap van boeren, landarbeiders, molenaar, smid, beurtschippers, middenstanders (slager, bakker, café houder, handelaar), dominee en onderwijzers van de lagere school. Een samenleving die werd bepaald door de landbouw, waar de grote boeren de lakens uitdeelden. De kerk raakte in de loop der tijd meer verdeeld maar was leidend in het doen en laten van de gemeenschap. De dorpsverhalen gingen rond na de kerk, op visite, bij de kapper en af en toe in het café 'bie Bulthoes'.

De meeste mensen werkten als kleine keuterboeren en/of landarbeiders in dienst bij herenboeren in de omgeving, waarbij alleen op 1 Mei gewisseld kon worden van werkgever. Met grote gezinnen woonde men in veelal kleine huisjes (als hoofdarbeider op het erf van de herenboer of anders in het dorp), met een waterput tussen de huizen, en een losstaand 'gemak' op een beerput buiten. Vanaf 1906 werden de huizen beter door de woningwet. De meeste mensen verbouwden wat eigen groente, hielden een paar (loslopende) kippen, waar mogelijk een geit en met wat geluk soms een varken. 

De beurtschippers brachten (in de eerste helft van de 20e eeuw) met kruiwagens het graan van de boeren in zakken naar het 'Pakhoes', aan het haventje, waar het naar boven werd gedragen of getakeld. Daarna werd de zakken graan per kruiwagen over een wankele loopplank op het dek van binnenvaart schuiten gesjord en verscheept naar graanhandelaren in Groningen.  

Op de Molenstraat stond vanaf 1660 een Standerdmolen die in 1776 is vervangen door een achtkantige Grondzeiler. In 1813 is deze veranderd in een Stellingmolen die, na 2 keer te zijn afgebrand, is herbouwd in 1898 tot de laatste molen, de 'Vrije Wind'. Tot zijn afbraak in 1928 heeft de Vrije Wind dienst gedaan als Graanmolen. Bij de maalderij hoorde ook een fourage handel waar klanten voer konden kopen voor koeien, paarden, varkens, schapen, geiten, konijnen en kippen. De molenaar maalde het aangeleverde graan tot meel en bezorgde per paard en wagen, in de volksmond 'meelwoagen'. Het meel werd afgeleverd bij bakkers en het voer bij de boeren voor hun dieren en bij dorpsbewoners voor hun kleinvee. De molen was verbonden aan een 'Sarrieshut' (afgebroken in 1974), waar de 'Sarrie' (ambtenaar) woonde, die belasting hief over het graan dat men liet malen. In Houwerzijl ging een gezegde 'herenboer, bakker en sarrie, het is een grote pakkelarie' wat betekende dat men niet al teveel vertrouwen had in de gehanteerde maten en gewichten en de daaraan gekoppelde belasting. 

Aan het begin van de Molenstraat staat een smederij. Deze werkte tot de 2e helft van de 20e eeuw als hoefsmid en verzorgde de levering van en reparaties aan ijzerwerk voor boeren en dorpelingen.

Houwerzijl kende ook een handelaar (Kees Slager) die met zijn hondenkar door de dorpen reed en alles verzamelde waar hij wel handel in zag. Afval, vodden, afgedankte spullen, alles was welkom bij hem. In oogsttijd was er niet veel handel en reed hij met vis (zoute haring en Lemmerse bokking uit de toen nog niet afgesloten Zuiderzee) rond. Later trok hij ook langs de huizen met huishoudelijke artikelen. 

In het begin van de 20e eeuw waren er weinig wegen, weinig of geen verharding en was er nog geen straatverlichting. Er was nog geen vervoer, dus lopen of fietsen was de enige optie. Slechts een enkeling kon gebruik maken van een paard (met een sjees of een koets) of een motor, personenauto's in die tijd waren er niet of nauwelijks. Alleen de bakker had een telefoon waar in geval van nood dorpelingen gebruik van konden maken (om de veearts of andere hulpverleners te bellen). 

Voor meer verhalen over Houwerzijl in die periode, zie de vertellingen van Piet Scholtens, de vroegere molenaar

 

Wierdendorp Houwerzijl 

Het 'Pakhoes' aan het haventje is stille getuige van de voormalige overslagplaats van het 'Houwerzijlsterdiep'. Het 'Zijlhoes', in 1680 gebouwd voor het 'Houwerzijlvest' (voorloper van het waterschap), is het oudste pand van het dorp en een rijksmonument. Daar tegenover kwam later een kroeg annex bakkerswinkeltje voor schippers en dorpelingen. De 'Ui', een natuurlijke speel- en ontmoetingsplek; de 'Theefabriek', een theeschenkerij, theewinkel en theemuseum; en de 'Op Meulenbaarg' (naast de voormalige maalderij), een ontmoetingsruimte, zijn het middelpunt van het dorpsgebeuren.

 

Oorsprong Houwerzijl

Houwerzijl maakt deel uit van de eerste generatie wierden. Als oudste dorp van de Marne heeft het in de loop der eeuwen letterlijk en figuurlijk veel stormvloeden doorstaan. Het oostelijk deel van Houwerzijl ligt op een kleine wierde, die later is opgegaan in een zeedijk. Het zuidelijk deel, de 'Bokkediek' (Dijksweg) is een voormalige zeedijk gebouwd op een oudere en hogere kwelderwal. 'Ollediek' (oude dijk) staat op deze dijk en kijkt uit op weids land wat van de 13e tot de 16e eeuw nog getijdengebied van de Lauwerszee was.

Noordelijk van Houwerzijl, lag het voormalige Vliedorp (verdronken tijdens de Kerstvloed 1717) op en rondom een ​​hoge wierde 'Olle Weem'. Zuidelijk van Houwerzijl lagen 3 huiswierden dicht bij elkaar 'de Hoogster wierden' waarop ook 3 boerderijen stonden (Vliedorpsterweg). De westelijke boerderij 'Westerhuis' (1868) stond op een vroeger 3 meter hoge wierde. De oostelijke boerderij 'de Hoogte' (oorspronkelijk 'Hogerheem' van voor 1585) stond vroeger op een bijna 4 meter hoge wierde. De 3 wierden zijn in de jaren 1920 bijna volledig afgegraven en verkocht als wierdegrond. De middelste wierde tussen het Westerhuis en de Hoogte is nu onbehuisd.

Vanaf de 9e eeuw breidde de Lauwerszeeboezem zich geleidelijk uit. Het resterende kweldergebied veranderde in een stelsel van eilanden en schiereilanden, van elkaar gescheiden door prielen, kreken en getijdengeulen. Een van deze kreken maakte in de 11e of 12e eeuw verbinding met de "Hunze", die een nieuw stroombed in westelijke richting zocht. De nieuwe riviermonding kreeg later de naam 'Reitdiep' vanwege de uitgestrekte rietvelden. Zuidelijk van Houwerzijl en de Hoogster wierden, aan de zuidkant van de Marne, ging door de zware stormvloeden in de 13e eeuw steeds meer land verloren. Door de ligging op de oude wat hogere kwelderwal bleef Houwerzijl overeind, maar kwam direct aan de Lauwerszee te liggen. Een deel van het oude land verdronk en de bouw van een nieuwe dijk, de 'Suterdicke' of 'Zuiderdijk' in 1287 moest het water keren. Het achterliggende laagland werd afgewaterd via de 'Swalve', een slingerende waterloop waarvan de resten nog als de 'Zwaluwertocht' bestaan.

Terwijl de zee zich uitbreidde werd door bewoners rond 1300 een zeedijk gebouwd rondom het grondgebied van 'Vliedorp', 'Niekerk' en 'De Ewer'. In 1571 is de nu nog bestaande dijk aangelegd van de oude Molen (Molenstraat) tot 'Olweem' en terug tot aan boerderij het 'Ganzenhuis' (Hoofdstraat).

Nadat het land bedijkt was kon het water niet meer vrij afstromen naar zee. Daarom werd aan de oostkant van Houwerzijl, door het Houwerzijlvest, aan het begin van de 14e eeuw een houten (koker)sluis in de dijk gebouwd om het Houwerzijlsterdiep (het gekanaliseerde en gedeeltelijk verlegde riviertje 'de Vlakke Riet') af te wateren via het Reitdiep naar open getijdenwater.

Houwerzijl kwam vanaf de 16e eeuw tot bloei als havenplaatsje voor het vervoer van vee en landbouwproducten via het 'Reitdiep', 'Winsumerdiep' en 'Boterdiep' naar Groningen. Scheepvaart, veeteelt en visserij waren de belangrijkste bestaansmiddelen van de eerste bewoners van Houwerzijl. Er werd vooral gevist in het Reitdiep via het Houwerzijlsterdiep en in wat mindere mate langs de Waddenkust (vanuit Noordpolderzijl) en de vroegere Lauwerszee (vanuit Zoutkamp). Pas later begon men ook met de teelt van landbouwgewassen.

Tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 is de zijl (uitwateringssluis) bij Houwerzijl weggeslagen. Er werd een nieuwe sluis gebouwd langs het nog bestaande 'Zijlhoes' en het pand wat nog tot 1960 fungeerde als dorpskroeg. Deze laatste sluis is na de kerstvloed van 1717 buiten bedrijf gesteld in 1727 en in 1728 verwijderd nadat het buitenriet verzand was. Het Houwerzijlsterdiep werd gedempt en daarmee verdween ook de bedrijvigheid voor vissers en beurtschippers in de trekvaart. Er werd steeds meer kwelder en slikgrond ingepolderd, waardoor landbouw de belangrijkste inkomstenbron werd.